In 1984 bestond onze lagere school in Honselersdijk 75 jaar. De School met den Bijbel vierde dat toen met een project over ’scholen’ en op de feestdag kwamen we allemaal in ouderwetse kleding naar school. Mijn moeder maakte zelfs speciaal een jaren ‘20 jurk, en mijn broertje kreeg de bretels van opa om zijn knickebocker omhoog te houden. Het was een dag met veel ouderwetse spelletjes. En als aandenken kregen we een mok.

Dit jaar heeft de school een andere naam en een heel ander gebouw. De karakteristieke lagere school van Honselersdijk is verdwenen – daar staat nu een Albert Heijn (vergelijk deze foto’s maar). En de oude kleuterschoollokalen zijn omgebouwd tot nieuwe lagere school: De Hoeksteen. En er was weer feest: het 100-jarig bestaan! (Want ondanks dat er een nieuw gebouw staat, en een nieuwe naam aan gegeven is, tellen we gewoon door natuurlijk…).

Schoolvriendjes in 2010Op de reünie ontmoette ik 6 oud-klasgenootjes. Heel leuk om eens bij te kletsen en elkaar te zien: “even goed kijken, ben jij nou…?“. Het is bijzonder dat je daar met 7 volwassenen staat, waarvan je van de meesten niet weet wat ze doen en wat ze de laatste, zeg, 28 jaar gedaan hebben. Toch heb je 6 jaar bij hen in de klas gezeten en ken je ze dus wel. De een heeft nu een eigen kwekerij; de ander staat voor de klas; de derde werkt in de kinderopvang… iedereen is een andere kant op gegaan, al wonen de meesten nog in het Westland.

Het was ook leuk om te horen dat enkelen nog met elkaar contact hebben: er zijn nog steeds groepjes vrienden die elkaar regelmatig zien. Zoals voor een middagje voetbal, na de reünie.

En toen de reünie afgelopen was, kregen we als herinnering… een mok!

Oude truien - nieuwe kussens

Wie wat bewaard… heeft een hoop spullen. Verdeeld over moeder’s kast en mijn kast lagen heel wat oude truien: afgedragen, uit de mode geraakt, eruit gegroeid… Om verschillende redenen zijn ze in de kast beland, maar eigenlijk waren ze te leuk of zelfgemaakt om weg te gooien. De oplossing zat al een tijdje in ons hoofd: kussentjes ervan maken. Soms lagen de truien bij mij, dan weer bij mamma, maar geen van ons had er tijd voor. En nu dus wel.

Het resultaat is een hele stapel kussentjes: een gebreide sneeuwman van oma; een andere sneeuwman door mamma; de favoriete balletschoenentrui; de konijnentrui door oma; de Pink Panter in kruissteek; en de super-clowntrui door mamma. Geflankeerd door twee truien die ‘gewoon gekocht’ zijn, maar die niet meer voor dragen geschikt waren. Er liggen nog vier truien… en ik ga maar eens in mijn kast neuzen, want dit is leuk om te doen!

Dit jaar duurt 365 dagen, en toch zal ik het jaartal nog vaak noemen, ook na die dagen. Dat komt door de komst van Kleine Pluis in maart van dit jaar. Maar hoe noem je de vier getallen, 2-0-1-0? Het vorige jaar noemde iedereen gewoon ‘tweeduizendnegen’, dus je zou verwachten dat het nu ‘tweeduizendtien’ is. Maar je hoort ook ‘twintigtien’. Zelfs tijdens de opening van de Olympische Spelen werd er gezegd dat het ‘twenty-ten’ was. Dus het is iets internationaals – in ieder geval speelt het in Nederlands en Engels. Wat is beter, praat prettiger?

In navolging van de jaren in de vorige eeuw, zou je kunnen kiezen voor ‘twintigtien’. Het was tenslotte ook ‘negentiennegentig’, ‘negentienzesentachtig’ en ‘negentientien’. Er zit dus wel een lijn in. Maar het is tien jaar geleden dat we dat voor het laatst echt gebruikten. Sindsdien hebben we telkens ‘tweeduizend’ gebruikt: ‘tweeduizend’, ‘tweeduizendéén’, tot ‘tweeduizendnegen’. Hoe makkelijk is het dan nu om  weer terug naar het ‘twintig’, dat volgt op ‘negentien’?
Het voordeel van ‘twintig’ ten opzichte van ‘tweeduizend’ is natuurlijk ook dat het één lettergreep korter is. Dus ben je sneller klaar met het uitspreken van het jaartal. Maar in mijn oren klinkt het nog een beetje vreemd. Ik voel nu nog meer voor ‘tweeduizendtien’. En straks ‘tweeduizendelf’ in plaats van ‘twintigelf’ – want als dat mooie ‘tien’ met één verhoogd wordt, klinkt het meteen heel anders. We zullen het zien. Horen…

Ik ben sowieso ook wel benieuwd wanneer we weer jaartallen gaan benoemen zonder er ‘twintig’ of ‘tweeduizend’ voor te zetten. Want ik ben ‘van vijfenzeventig’ en ik was in ‘achtennegentig’ in Costa Rica. Maar ons kindje, is dat straks ‘van tien’?

Heidens?

Min of meer per ongeluk keek ik daarnet naar het programma ‘Schepper & Co’ van de NCRV. Er is namelijk heel weinig interessants op tv tussen vijf en zes. In ‘Schepper & Co’ was een mevrouw te gast die vier jaar in Bolivia heeft gewoond en gewerkt. In een klein Aymara-dorp heeft zij nu, via een kerkje, een kinderopvang opgericht. De lokale kinderen worden daar na school opgevangen, ze krijgen bijles en kunnen spelen. Dat is hard nodig, want het leven is hard daar in de hooglanden van Bolivia.

In een kleine reportage zagen we de opening van het opvangcentrum, waarbij een fles ‘champagne’ op de grond kapot geslagen werd. Dit was een offer aan ‘Pachamama’ (moeder Aarde), om haar respect te tonen en te bedanken: een offer, eigenlijk. De vraag van een andere gast in het programma was of dat niet erg ‘heidens’ was. Ik schrok van dit woord. De mevrouw van het Boliviaanse project pareerde prima door uit te leggen dat Pachamama niet als godin gezien wordt, maar als de natuur en aarde in het algemeen, waaruit we allemaal voortkomen en weer naar terugkeren, en waar wij gebruik van maken in de tijd dat we leven. Om daar respect voor te tonen, wordt zelfs door de armste mensen een offer gebracht. Dit is ook de manier waarop wij op onze reis door Zuid-Amerika hebben horen praten over Pachamama. En de enigen die dat heidens vinden, zijn mensen die vinden dat God (of Allah, of wie dan ook) het enige ‘opperwezen’ is – voor iedereen op deze wereld. Ik dacht dat ‘we’ tegenwoordig wel zo ruimdenkend waren dat iedereen zijn eigen ding mag geloven en zijn eigen rituelen mag hebben. Blijkbaar niet. En trouwens, Pachamama is in Bolivia al wat langer ‘in beeld’ dan God.

Steeds vaker verbaas ik me erover dat je in onze supermarkt (die met het blauwe logo) zo veel buitenlandse groenten ziet liggen. De afgelopen tijd heb ik eens de snijbonen in de gaten gehouden. Die komen uit Marokko, zelfs in de zomer (tussen april en september) als de Nederlandse snijboon geoogst wordt. Waarom? We hebben toch vast snijboontelers hier?!

Ik probeer er tegenwoordig op te letten dat de groente en het fruit dat ik koop uit het dichtstbijzijnde land komt – bij voorkeur Nederland (of ‘Holland’), maar soms vergeet je dat even en dan zit je opeens met een koelkast vol Senegalese cherrytomaten, Israelische paprika’s, Poolse champignons (en dat is echt vloeken in de kerk als je deze website hebt gemaakt…), en Egyptische snijbonen. Hmm. Dat moet anders kunnen. Kijk, dat sinaasappels uit Spanje komen, en of andere groenten op momenten dat ze niet in Nederland groeien (hoewel… als Westlander betwijfel ik of dat er nog toe doet), daar kan ik nog wel in komen. En ananassen en bananen mogen best uit Costa Rica komen (hoewel ze daar veel lekkerder smaken). Maar voor ‘normale’ groenten is Spanje toch wel het randje van het productiegebied, wat mij betreft.

Gelukkig heb ik afgelopen zomer een boerenwinkel ontdekt in de buurt van Harmelen, waar ze lokaal geproduceerde groenten en fruit verkopen. Toen lagen er stapels aardbeien en kersen, maar ze zijn het hele jaar open, zei die mevrouw. En waarom ben ik daar dan nog niet geweest…? Gemak heeft blijkbaar toch de overhand, maar een goed voornemen is geboren.

Toch Mac

Het besluit is genomen: toch maar een Mac. En waarom dan? Nou, dat dunne toetsenbordje is toch wel handig voor een zere pols; ik heb best in de gaten dat de Mac van Joost veel minder (of niet) vastloopt dan die PC van mij.
Toen ik even omschakelde van de Mac terug naar mijn PC heb ik drie keer opnieuw moeten opstarten: hij was de USB-muis opeens ‘kwijt’, en herkende een PS2-muis natuurlijk niet zonder opnieuw op te starten. En dan nog commentaar leveren dat er iets niet klopt met die muis (hij was niet XP-compatible – het is een muis). Dus daarmee had ik het wel een beetje gehad. Dan maar een Mac.

Het blijft even zoeken naar letters met streepjes en trema’s; naar de juiste toetsencombinaties om een woord te selecteren; naar het juiste gevoel bij de muis; naar waar bepaalde instellingen zitten… maar het zal (wel) wennen! Mac it is!

Blij met Mac?

Joost wil mij aan de Mac. Hmm. Ik heb niet zulke goede ervaringen met onze Mac-laptop, die ik noodgedwongen moest gebruiken tijdens de laatste drie maanden van onze wereldreis. Met name iPhoto kan geen goede dingen voor mij doen. Ik ben keywords kwijt, kan geen hierarchie (hoe maak je een e met trema op een Mac-toetsenbord?!) in keywords maken, ik was de bestanden van de foto’s zelf kwijt (want daar schijn je niet mee te mogen werken in iPhoto). En ik kon een hoop instellingen niet vinden of terugvinden, zodat Joost telkens moest bijspringen om de boel (en mijn humeur) te redden. En nu? Nu heb ik de Mac-mini op proef. Maar helemaal blij met Mac ben ik nog steeds niet…
Read the rest of this entry »

Nieuwjaar met OBK

De voorspellingen waren niet echt goed voor zaterdag 9 januari: sneeuwjacht, sneeuwstorm, gladheid op de wegen… Maar het nieuwjaarsconcert van OBK ging door. We repeteerden aan het begin van de avond met An Lauwereins en Stanley Burleson, de solisten, en dat ging prima. Gert vroeg zich zelfs af of wij hetzelfde orkest waren als de (repetitie)avond tevoren…

Terwijl wij in de coulissen stonden, liep de zaal langzaam vol… Nou ja, er waren nog behoorlijk wat lege plekken, van mensen die toch besloten hadden om niet te komen. Gelukkig was er een wachtlijst, zodat er toch nog wat extra opvulling kwam.

Dit was het 25ste nieuwjaarsconcert van OBK: dat werd toegelicht met een mooie presentatie van het concert door de jaren heen. De achtergrondmuziek namen wij over van de cd… en zo gingen we van start! (Foto’s volgen nog)
Read the rest of this entry »

kleine pluis_nijnWe hebben net alle ‘lijstjes’ achter de rug, hebben afgeteld van Kerst tot Oud & Nieuw, en ja – nu 2010 begonnen is, beginnen wij ook met aftellen. Nog 56 dagen tot 1 maart, of 8 weken… Nog 6 hydrofielluiers, 1 wipstoeltje, nog 3 keer in OBK klarinet spelen, nog (ongeveer) 3 weken werken, nog een paar kilo aankomen… en dan komt ons kleine wondertje.

Dit jaar sluit mooi aan op het rijtje dat we al hadden:

  • 2007: huis verkocht en een wereldreis gestart
  • 2008: nauwelijks in Nederland geweest, maar veel van de wereld gezien
  • 2009: huisje, boompje… bruiloft en zwangerschap
  • 2010: Kleine Pluis komt op de wereld kijken

2010 Wordt dus ongetwijfeld een bijzonder mooi jaar! En dat wens ik jullie ook!

Vanochtend werd ik wakker in de stilte van 15 cm sneeuw. Ja, volgens mij kan je in je bed al horen dat er sneeuw ligt, want de geluiden van buiten klinken dan heel anders, heel gedempt. En er lag een mooi pak over ons tuintje, en de kerstboom (want die staat nog niet binnen). En over ons stoepje en straatje…

Mooi hoor, ik word er altijd helemaal blij van als ik sneeuw zie. Wil meteen naar buiten om sneeuwballen te gooien, sneeuwmannen te maken of foto’s te maken (dat laatste iets vaker tegenwoordig). Maar vanmorgen was het daar nog te donker voor, want we zitten tenslotte tegen de kortste dag van het jaar aan.

Dan maar in de auto naar het werk, want fietsen met een 7 maanden zwangere buik in losse sneeuw leek ons (de baby, pappa én mamma) niet echt slim. En er zijn gisteren winterbanden onder de auto gezet, dus dat was een perfecte timing. Heel langzaam reed ik in een optochtje door De Meern, en tussendoor had ik nog net even tijd om de besneeuwde wilgebomen te bewonderen, die hier en daar nog langs de oude polderslootjes staan. Mooi! Wit! Sneeuw! Blij!

En als ik blij word, is de Kleine Pluis dat ook… wat een activiteit deze ochtend! Ze  heeft wel drie salto’s gemaakt voor 10 uur, zo voelt het! Volgend jaar gaan we met de slee, Kleine Pluis! Lekker rondglijden in de sneeuw…

« Older entries