woensdag 27 oktober 2010

Broem, broem

Nieuw liedje voor als we naar de auto lopen:

Broem,  broem, naar de auto,
Broem, broem, ga je mee?
Broem, broem, in je stoeltje,
Rij je met me mee!

(Melodie op aanvraag ;-) )

maandag 11 oktober 2010

Poesje mauw... en andere dieren

Kipje tok, tok, tok, tok,
Zit jij in je kippenhok,
Leg voor mij, maar een ei,
Weer een kuikentje erbij.

Slakje glij, glij, glij, glij,
Glij jij in de tuin voorbij,
Met je huis op je rug,
Ben jij langzaam - ik ben vlug.

vrijdag 8 oktober 2010

Draagdoekliedje

Waar is mamma's draagdoek,
O kijk nou, hij ligt hier.
Mijn mamma draait 'm om zich heen,
En ik kraai van plezier.

Mijn mamma heeft een draagdoek,
Ze draagt me met zich mee.
Van hot naar her, van hier naar daar,
Zo gaan we met z'n twee.

Ik zit dan in de draagdoek,
En kijk zo om me heen,
Mijn mamma zegt dan wat ze ziet,
Zo leer ik dat meteen.

('Mamma' natuurlijk ook te vervangen door 'pappa'!)

Groen is gras, wit is sneeuw

Groen is gras, groen is gras,
Onder mijne voeten.
'k Heb verloren, m'n beste vrind,
Waar zal ik 'm zoeken?

Hee, daar, plaatsgemaakt, is ze al,
Voor die jongedame! In het autostoeltje / In de kinderwagen /...
En de koekoek op het dak,
Zingt een lied op zijn gemak.
Oh, mijn lieve Augustijn,
Deze dame zal het zijn.

En zo ook:

Witte sneeuw, witte sneeuw,
Onder mijne voeten,
'k Maak er snel een sneeuwpop van,
Met een hoge hoed op!

Hee, daar staat hij al,
Midden in ons tuintje!
En de wortel van zijn neus,
Eet ik op, nee echt, ja heus!
Nee, mijn lieve Annesofie,
Smelten dat doet hij nog niet!

In een groen, groen knollenland

In een groen, groen, groen, groen knollen-, knollenland,
daar zaten twee haasjes heel parmant,
en de een die blies de fluite, fluite, fluit,
en de ander sloeg de trommel.

Daar kwam opeens een jager-, jagerman,
die heeft er één geschoten.... die heeft toen meegefloten,
daar heeft toen hebben naar men denken, denken kan,
de haasjes zeer verdroten.... de haasjes van genoten.

Zeven kikkertjes

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot.

De sloot was toe gevroren, de kikkers waren dood.

De sloot stond vol met water, de kikkers waren groot.

Ze kwekten niet, ze kwaakten niet, van honger en verdriet.

Ze kwekten en kwaakten, ze sprongen van plezier.

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot.